U kunt de helderheid, het contrast en dergelijke van afbeeldingen aanpassen.
Scan documenten in MP Navigator EX en sla ze op. Open het venster Toon & gebruik (View & Use) vanuit het scherm voor de navigatiemodus en selecteer de foto's die u wilt aanpassen.
OpmerkingZie 'We gaan scannen' voor meer informatie over het scannen van afbeeldingen in MP Navigator EX.
U kunt ook afbeeldingen selecteren die zijn opgeslagen op een computer.
Klik op Bewerken/converteren (Edit/Convert) en klik op Foto Afbeeldingen herstellen (Fix photo images) in de lijst.

Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt geopend.
OpmerkingU kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook openen door te klikken op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) op de werkbalk of in het dialoogvenster Inzoomen (Zoom in). In dit geval kan alleen de doelafbeelding (met een oranje kader) worden gecorrigeerd/verbeterd.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)' voor meer informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
Selecteer de afbeelding die u wilt aanpassen in het venster met miniaturen.
De geselecteerde afbeelding wordt weergegeven in het voorbeeldgebied.

OpmerkingAls u één afbeelding hebt geselecteerd in het venster Toon & gebruik (View & Use), wordt de lijst met miniaturen niet weergegeven en verschijnt alleen de voorbeeldafbeelding.
Selecteer Handmatig (Manual) en klik vervolgens op Aanpassen (Adjust).
Verplaats de schuifregelaar van het item dat u wilt aanpassen en stel het niveau van het effect in.
Als u een schuifregelaar verplaatst, wordt de markering
(Corrigeren/verbeteren) weergegeven in de linkerbovenhoek van de miniatuur en de voorbeeldafbeelding.

OpmerkingKlik op Geavanceerd (Advanced) als u fijne aanpassingen wilt aanbrengen in de helderheid en kleurtoon van de afbeelding. Raadpleeg 'Geavanceerd (Advanced)' in de beschrijving van het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) voor meer informatie.
Klik op Standaard (Defaults) als u aanpassingen ongedaan wilt maken.
Klik op Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image) om alle correcties, verbeteringen en aanpassingen te annuleren die op de geselecteerde afbeelding zijn toegepast.
Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of op Alle gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt aangepaste afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
OpmerkingAls u alleen bepaalde afbeeldingen wilt opslaan, selecteert u deze en klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
De aangepaste afbeeldingen hebben de bestandsindeling JPEG/Exif.
Klik op Afsluiten (Exit).
BelangrijkDe aanpassingen gaan verloren als u het programma afsluit voordat u aangepaste afbeeldingen hebt opgeslagen.