U kunt een afbeelding scannen vanuit een toepassing die compatibel is met WIA en de afbeelding in die toepassing gebruiken.
WIA (Windows Imaging Acquisition) is een stuurprogrammamodel dat onderdeel is van Windows XP of later. Hiermee kunt u documenten scannen zonder een toepassing te gebruiken. Scan documenten vanuit een toepassing die compatibel is met TWAIN om geavanceerde instellingen voor het scannen op te geven.
De procedure varieert, afhankelijk van de toepassing. De volgende procedures dienen alleen als voorbeeld.
Raadpleeg de handleiding van de toepassing voor meer informatie
Hieronder wordt een voorbeeld gegeven van scannen met Windows Faxen en scannen.
Plaats het document op de glasplaat.
Klik op Scannen... (Scan...) bij Nieuw (New) in het menu Bestand (File).
Het scherm met scaninstellingen wordt geopend.
Geef de instellingen op.

Scanner
De momenteel ingestelde productnaam wordt weergegeven. Als u de scanner wilt wijzigen, klikt u op Wijzigen... (Change...) en selecteert u het product dat u wilt gebruiken.
Profiel (Profile)
Selecteer de standaardwaarde, Foto (Photo (Default)), of Documenten (Documents), afhankelijk van het document dat u wilt scannen. Als u een nieuw Profiel (Profile) wilt opslaan, selecteert u Profiel toevoegen... (Add profile...). U kunt de details opgeven in het dialoogvenster Nieuw profiel toevoegen (Add New Profile).
Bron (Source)
Selecteer een scannertype.
Papierformaat (Paper size)
Deze instelling is niet beschikbaar voor dit apparaat.
Kleurindeling (Color format)
Selecteer hoe u het document wilt scannen.
Bestandstype (File type)
Selecteer een bestandstype uit JPEG, BMP, PNG en TIFF.
Resolutie (DPI) (Resolution (DPI))
Geef de resolutie op. Geef een waarde op tussen 50 en 600 dpi. 300 dpi is standaard ingesteld.
Helderheid (Brightness)
Pas de helderheid aan met de schuifknop. Sleep de schuifknop naar links om de afbeelding donkerder te maken en naar rechts om de afbeelding lichter te maken. U kunt ook een waarde invoeren (-100 tot 100).
Contrast
Pas het contrast aan met de schuifknop. Als u de schuifknop naar links verplaatst wordt het contrast van de afbeelding lager, waardoor de afbeelding zachter wordt. Als u de schuifknop naar rechts verplaatst wordt het contrast van de afbeelding groter, waardoor de afbeelding scherper wordt. U kunt ook een waarde invoeren (-100 tot 100).
Afbeeldingen als voorbeeld weergeven of afbeeldingen scannen als afzonderlijke bestanden (Preview or scan images as separate files)
Schakel dit selectievakje in wanneer u meerdere afbeeldingen als afzonderlijke bestanden wilt bekijken (in een voorbeeld) of scannen.
Klik op Voorbeeld (Preview) om een voorbeeld van de afbeelding te bekijken.
De afbeelding wordt aan de rechterkant weergegeven.
Klik op Scannen (Scan).
Wanneer het scannen is voltooid, verschijnt de gescande afbeelding in de toepassing.
Hieronder wordt een voorbeeld gegeven van scannen met Paint.
Plaats het document op de glasplaat.
Klik op Van scanner of camera... (From scanner or camera...) bij
. (Selecteer de opdracht om een document naar de toepassing te scannen.)
Selecteer een afbeeldingstype dat overeenkomt met het document dat u wilt scannen.

OpmerkingAls u wilt scannen met de waarden die zijn ingesteld bij De kwaliteit van de gescande foto aanpassen (Adjust the quality of the scanned picture), selecteert u Aangepaste instellingen (Custom settings).
Klik op De kwaliteit van de gescande foto aanpassen (Adjust the quality of the scanned picture) en stel de gewenste voorkeuren in.

Helderheid (Brightness)
Pas de helderheid aan met de schuifknop. Sleep de schuifknop naar links om de afbeelding donkerder te maken en naar rechts om de afbeelding lichter te maken. U kunt ook een waarde invoeren (-127 tot 127).
Contrast
Pas het contrast aan met de schuifknop. Als u de schuifknop naar links verplaatst wordt het contrast van de afbeelding lager, waardoor de afbeelding zachter wordt. Als u de schuifknop naar rechts verplaatst wordt het contrast van de afbeelding groter, waardoor de afbeelding scherper wordt. U kunt ook een waarde invoeren (-127 tot 127).
Resolutie (DPI) (Resolution (DPI))
Geef de resolutie op. Geef een waarde op tussen 50 en 600 dpi.
Type afbeelding (Picture type)
Selecteer het gewenste type scan voor uw document.
Herstellen (Reset)
Klik hierop om terug te gaan naar de oorspronkelijke instellingen.
Klik op Voorbeeld (Preview) om een voorbeeld van de afbeelding te bekijken.
De afbeelding wordt aan de rechterkant weergegeven. Sleep
om het scangebied op te geven.
Klik op Scannen (Scan).
Wanneer het scannen is voltooid, verschijnt de gescande afbeelding in de toepassing.