U kunt het scangebied opgeven door een bijsnijdkader te maken op de afbeelding die wordt weergegeven in het voorbeeldgebied van het scherm van ScanGear (scannerstuurprogramma). Wanneer u op de knop Scannen (Scan) klikt, wordt alleen het gedeelte binnen het bijsnijdkader gescand en doorgestuurd naar de toepassing.

(1) Actief bijsnijdkader (bewegende dikke stippellijnen)
De instellingen op het tabblad Basismodus (Basic Mode) of Geavanceerde modus (Advanced Mode) worden toegepast.
(2) Geselecteerd bijsnijdkader (stilstaande dikke stippellijnen)
De instellingen worden gelijktijdig toegepast op het actieve bijsnijdkader en het geselecteerde bijsnijdkader. U kunt meerdere bijsnijdkaders selecteren door de Ctrl-toets ingedrukt te houden terwijl u ze selecteert.
(3) Niet-geselecteerd bijsnijdkader (stilstaande dunne stippellijnen)
De instellingen worden niet toegepast.
OpmerkingHet actieve bijsnijdkader en het geselecteerde bijsnijdkader worden weergegeven in de volledige afbeeldingsweergave.
Bijsnijdkader wordt aanvankelijk niet weergegeven. Sleep de muis over een kader om een bijsnijdkader te maken.
Er wordt automatisch een bijsnijdkader (actief bijsnijdkader) rondom de voorbeeldafbeelding weergegeven op basis van het documentformaat. U kunt het bijsnijdkader ook opgeven door de muis in het voorbeeldgebied te slepen.
OpmerkingBijsnijdkaders worden standaard ingesteld op basis van het documentformaat (Automatisch uitsnijden). Zie Kader van voorbeeldafbeelding bijsnijden (Cropping Frame on Previewed Images) in 'Tabblad Voorbeeld (Preview)' (Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)) voor meer informatie.
De aanwijzer verandert in
(pijl) wanneer deze boven een bijsnijdkader wordt geplaatst. Als u nu op de muisknop klikt en de muisaanwijzer in de richting van de pijl sleept, wordt het bijsnijdkader dienovereenkomstig vergroot of verkleind.

De aanwijzer verandert in
(vierrichtingspijl) wanneer deze binnen een bijsnijdkader wordt geplaatst. Klik op de muisknop en sleep de muis om het hele bijsnijdkader te verplaatsen.

OpmerkingOp het tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode) kunt u de grootte van het bijsnijdkader opgeven door waarden in te voeren bij
(Breedte) en
(Hoogte) in Instellingen voor invoer (Input Settings).
U kunt een bijsnijdkader 90 graden roteren door te klikken op
(Lengte-breedteverhouding schakelen).
(Lengte-breedteverhouding schakelen) is echter niet beschikbaar wanneer Uitvoerformaat (Output Size) is ingesteld op Aanpasbaar (Flexible).
U kunt maar één bijsnijdkader per afbeelding maken.

Klik en sleep de muisaanwijzer buiten de grenzen van het bestaande bijsnijdkader om een nieuw bijsnijdkader in het voorbeeldgebied te maken. Het nieuwe bijsnijdkader wordt het actieve bijsnijdkader en het eerste bijsnijdkader wordt het niet-geselecteerde bijsnijdkader.

U kunt meerdere bijsnijdkaders maken en op elk daarvan verschillende scaninstellingen toepassen.
U kunt ook meerdere bijsnijdkaders selecteren door de Ctrl-toets ingedrukt te houden terwijl u ze selecteert.
Als u meerdere bijsnijdkaders selecteert en de instellingen op het tabblad aan de rechterkant van ScanGear wijzigt, worden deze instellingen op alle geselecteerde bijsnijdkaders toegepast.
Wanneer u een nieuw bijsnijdkader maakt, behoudt het kader de kenmerken van het laatste bijsnijdkader.
OpmerkingU kunt maximaal 12 bijsnijdkaders maken.
Het scannen duurt langer dan gebruikelijk wanneer er meerdere bijsnijdkaders zijn geselecteerd.
Als u een bijsnijdkader wilt verwijderen, klikt u buiten het bijsnijdkader of op een afbeelding.
U verwijdert een bijsnijdkader door het kader te selecteren en te klikken op
(Bijsnijdkader verwijderen) op de werkbalk. U kunt ook op de toets Delete drukken.
Als er meerdere bijsnijdkaders zijn, worden alle geselecteerde bijsnijdkaders (actief bijsnijdkader geselecteerd bijsnijdkader) gelijktijdig verwijderd.