Controle 1: verhoog de scanresolutie.
Controle 2: stel de schaal in op 100%.
In bepaalde toepassingen worden te kleine afbeeldingen niet duidelijk weergegeven.
Controle 3: werk de kalibratiegegevens bij.
Voer in ScanGear (scannerstuurprogramma) Plaatkalibratie (Platen Calibration) uit op het tabblad Scanner van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences). Kalibratie kan enige tijd duren, afhankelijk van uw computer.
Controle 4: als moiré (streeppatroon) ontstaat, neemt u de volgende maatregelen en probeert u het opnieuw.
Selecteer op het tabblad Basismodus (Basic Mode) van ScanGear bij Bron selecteren (Select Source) de optie Tijdschrift (kleur) (Magazine(Color)).
Stel op het tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear de optie Moiré-reductie (Descreen) in Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings) in op AAN (ON).
Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
OpmerkingAls moiré optreedt wanneer u een afgedrukte digitale foto scant, neemt u de bovenstaande maatregelen en scant u opnieuw.
Als u MP Navigator EX gebruikt, stelt u Documenttype (Document Type) in op Tijdschrift (kleur) (Magazine(Color)) of schakelt u in het dialoogvenster Scan-instellingen (Descreen) de optie Moiré-reductie (Scan Settings) in en scant u opnieuw.
Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) (foto's/documenten)
Controle 5: controleer de kleurdiepte van het beeldscherm.
Windows 7:
Selecteer via het menu Start achtereenvolgens Configuratiescherm (Control Panel) > Vormgeving aan persoonlijke voorkeur aanpassen (Appearance and Personalization) > Schermresolutie aanpassen (Adjust screen resolution) > Geavanceerde instellingen (Advanced settings).
Stel op het tabblad Monitor van het weergegeven dialoogvenster Kleuren (Colors) in op Hoge kleuren (16 bits) (High Color (16 bit)) of Ware kleuren (32 bits) (True Color (32 bit)).
Windows Vista:
Selecteer in het menu Start de optie Configuratiescherm (Control Panel) > Vormgeving aan persoonlijke voorkeur aanpassen (Appearance and Personalization) > Schermresolutie aanpassen (Adjust screen resolution) om het dialoogvenster Beeldscherminstellingen (Display Settings) te openen. Stel de kleurdiepte in op Gemiddeld (16 bits) (Medium (16 bit)) of Hoogst (32 bits) (Highest (32 bit)).
Windows XP:
Selecteer in het menu Start de optie Configuratiescherm (Control Panel) > Beeldscherm (Display) om het dialoogvenster Beeldschermeigenschappen (Display Properties) te openen. Stel op het tabblad Instellingen (Settings) Kleurkwaliteit (Color quality) in op Gemiddeld (16 bits) (Medium (16 bit)) of Hoogst (32 bits) (Highest (32 bit)).
Controle 6: maak de glasplaat en de documentklep schoon.
Maar de glasplaat of de documentklep van de scanner schoon. Let er daarbij op dat u niet te hard op de glasplaat drukt.
Controle 7: als het document in slechte staat is (vuil, vervaagd), gebruikt u Stof en krassen reduceren (Reduce Dust and Scratches), Correctie van vervaging (Fading Correction), Correctie van korreligheid (Grain Correction) en dergelijke in Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings) op het tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear.
Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
Controle 8: als de kleurtint van afbeeldingen afwijkt van het originele document, neemt u de volgende maatregelen en probeert u het opnieuw.
Stel op het tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear de optie Beeldaanpassing (Image Adjustment) in Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings) in op Geen (None).
Stel op het tabblad Kleurinstellingen (Color Settings) in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) van ScanGear Kleurafstemming (Color Matching) in.
Controle 9: bedek het apparaat met een zwarte doek als er punten, strepen of gekleurde patronen op de scan voorkomen door omgevingslicht.